Bel Weert: 0495 450122, Bel Roermond: 0475-400611 of stuur een e-mail: info@bonten-advies.nl

Zonnepanelen op een huurpand

Zonnepanelen op een huurpand

Een huurder mag volgens de wet (artikel 7:215, lid 1 BW) wijzigingen aan het gehuurde aanbrengen als deze bij het einde van de huur zonder noemenswaardige kosten ongedaan kunnen worden gemaakt. Hij mag dit zelfs zonder toestemming van de verhuurder, maar de verhuurder kan in zo’n geval wel verwijdering vorderen. De verhuurder moet daarbij uiteraard wel aantonen dat hij schade lijdt, bijvoorbeeld doordat het pand minder goed verhuurbaar is geworden.

Als een huurder zonnepanelen wil installeren, is het verstandig de verhuurder om toestemming te vragen. Weigert de verhuurder zonder goede redenen zijn toestemming, dan kan eventueel aan de rechter een vervangende machtiging worden gevraagd.

Als de zonnepanelen eenmaal liggen, kan de vraag rijzen van wie de zonnepanelen zijn: van de huurder die ze heeft laten plaatsen, of van de eigenaar van het gebouw. Daarbij speelt het begrip ‘natrekking’ een cruciale rol. Als aanpassingen aan het gehuurde een bestanddeel van het pand worden, is de eigenaar van het pand ‘automatisch’ ook eigenaar van de aanpassingen. Tegen natrekking pleit echter dat zonnepanelen veelal nagenoeg los op het dak liggen en dus zonder noemenswaardige beschadiging van het pand kunnen worden verwijderd. Uit de rechtspraak voor andere door huurders aangebrachte voorzieningen blijkt dat de rechter niet snel aanneemt dat er sprake is van natrekking. Dit kan anders zijn als bij het verwijderen van de voorzieningen (zwaar) sloopwerk nodig is.

Aan het einde van de huur kan de huurder zijn zonnepanelen meenemen. Hij moet het pand dan weer in de oude staat terugbrengen. De huurder kan ook een vergoeding vragen voor de zonnepanelen en deze gewoon laten liggen.

0 Reacties

Laat een reactie achter